This is an old revision of the document!
In het vorige hoofdstuk staat hoe je de diepte regelneus gebruikt. bekijk de volgende afbeeldingen aandachtig:
Als je wenst te graveren met neusconus, zorg er dan voor dat de neusconus houderring zich ongeveer in de positie bevindt zoals in bovenstaande afbeelding links. Tegelijkertijd moet de zwarte gekartelde veerdrukring omhoog geschroefd worden, zoals in de afbeelding links.
Er zijn twee methodes om met de diepte regelneus te werken: Gebruik de “Auto Z controle” functie, dat is veruit de eenvoudigste methode, ofwel de manuele freesinstelling.
Om te kiezen tussen de twee, moet je de “plaat oppervlakte” optie op je virtuele toetsenbord gebruiken.
Met de “Auto Z” optie actief zal bij de start van een job de spindel naar de eerste vector in de job bewegen. Daar beweegt de spindel omlaag aan een bepaalde snelheid, die we de “Auto Seek Feed” noemen, uitgedrukt in mm/sec. Wanneer de geïntegreerde benaderingsschakelaar bekrachtigd wordt, stopt de Z-omlaag beweging en de spindel beweegt een weinig omhoog. Deze opwaartse beweging is de “Z lift after setting surface”. Hierna volgt hoe deze twee parameters ingesteld worden.
1. Klik rechts op het "?" bovenaan het virtuele pendent venster, kies dan "preferences". In het venster dat geopend wordt klik je op de “Job” tab. In de “surfacing” sectie kunnen deze twee variabelen ingevuld worden. (zie afbeelding hieronder). 2. Zorg ervoor dat de variabele "Z Move Values" ingesteld is op "From Pendent Setting", zoals in de afbeelding hieronder.
3. In het "I/O" dialoogvenster, dat toegankelijk is via de "ctrl" + "shift" en "preferences" kun je controleren of de Z-as benaderingsschakelaar correct werkt. Om dat te doen beweeg je de spindel omlaag via het virtuele toetsenbord, tot de neusconus bijna het graveermateriaal raakt. Duw vervolgens met de hand de graveerspindel voorzichtig omhoog. Op het ogenblik dat de ingebouwde benaderingsschakelaar geactiveerd wordt zie je het resultaat in de “inputs” sectie. De “Probe” led zal van grijs in groen veranderen, zoals in bovenstaande afbeelding. 4. om terug te keren naar het virtuele pendent venster klik je op de “save” knop. Hierna moet de machine wel terug een instructie krijgen om de machine-oorsprong te zoeken.
Deze methode biedt het grote voordeel dat verschillende materiaaldiktes geen afzonderlijke Z-as instellingen vragen. De Z-omlaag bewegingen worden automatisch aangepast aan de materiaaldikte.
De tweede methode om met de neusconus dieptebegrenzer te werken gaat zonder gebruik te maken van het Auto Z controle mechanisme. Bij deze optie moet in de “plate surface” rechthoek de “set” optie geactiveerd worden, zoals in de afbeelding links hiernaast.
Als je deze methode gebruikt moet je ervoor zorgen dat je graveerjob een graveerdiepte van ten minste 1 mm en maximaal 2 mm bevat voor de volledig job. De bedoeling is om te zorgen dat de drukveer kan werken en eventuele verschillen en materiaaldikte kan compenseren.
Ga als volgt tewerk:
om deze routine te starten. Blijf op deze toets drukken en de Z-as zal traag omlaag bewegen tot de spindel het graveermateriaal raakt. Daarna beweegt de spindel terug omhoog tot boven het graveermateriaal. Op deze manier weet de machine exact op welk niveau het plaatoppervlak zich bevindt. The Z-up and the Z-down distances are executed from that level. De Z-omhoog beweging kan heel nauwkeurig ingesteld worden, net voldoende om de frees uit het graveermateriaal naar een nieuwe letter te bewegen.
Ga verder naar het gebruik van de spindel veerdruk.
Ga verder naar de inhoudstafel.